KnasterKOPF
En français

English Edition

Deutsche Ausgabe



No. 18/2005

No. 17/2004

No. 16/2003

No. 15/2002

No. 14/2001

No. 13/2000

No. 12/1999

No. 11/1998

No. 10/1997

No. 9/1997

No. 8/1996

No. 7/1995

No. 6/1992

No. 5/1991

No. 4/1991

No. 3/1990

No. 2/1990

No. 1/1989


Inhoudsopgave no. 9/1997

Tabaksverpakking, etiket van de Firma gebroeders Renkrib in Amsterdam, 1829, uit Elias Erasmus (Paul Otto/Hans H. Bockwitz): Alte Tabakzeichen. Berlin 1924, pl. 46, No. 1)


Martin Kügler:
Verslag van de 10de bijeenkomst van de Arbeitskreis zur Erforschung der Tonpfeifen in Hamburg-Harburg op 4 en 5 mei 1996

Rüdiger Articus:
Hoe de kleipijpen op de Lüneburger Heide kwamen

Martin Kügler:
De betekenis van Hamburg als overslagplaats voor kleipijpen uit het Westerwald in de 18de en 19de eeuw

Teresa Witkowska:
De Pruisische kleipijpenfabrieken Rostin en Sborovsky in het huidige Polen. Een bericht over het archeologisch onderzoek

Holger Haettich:
Marek Parol - een nieuwe Poolse pijpenmaker

Nina Surabian / Martin Kügler:
Kleipijpen uit de 17de en 18de eeuw uit St. Petersburg
Nederland geïmporteerde producten.

Verwijzingen

Recensies

 
 

No. 9/1997, p. 1-4
Martin Kügler: Verslag van de 10de bijeenkomst van de Arbeitskreis zur Erforschung der Tonpfeifen in Hamburg-Harburg op 4 en 5 mei 1996

In het Helms-museum in Hamburg-Harburg - het Hamburgse museum voor archeologie en de geschiedenis van Harburg - kwamen 43 leden van de werkgroep voor hun 10de bijeenkomst tezamen. De lezingen van J. Clausznitzer, E. Först en R. Articus ( Knasterkopf No. 9/1997, p. 4-44) gingen over de archeologie van Hamburg en de vondsten van kleipijpen in de stad en de directe omgeving daarvan. Over de export uit het Westerwald van kleipijpen naar overzeese gebieden gaf M. Kügler een lezing (Knasterkopf No. 9/1997, p. 45-58). T. Witkowska gaf een presentatie over de Pruisische kleipijpenfabrieken in Rostin en Sborovsky en H. Haettich berichtte over Marek Parol, een Poolse pijpenmaker (Knasterkopf No. 9/1997, p. 58 - 68 en p. 68-72). Voor het eerst kon N. Surabian mededelingen doen over het pijpenmaken in St. Petersburg (Knasterkopf No. 9/1997, p. 73-85). Heel belangrijk is de ontdekking van de pijpenmakerswerkplaats van Chr. Casselmann in Hannoversch Münden, die gemeld werd door G. Almeling. De tabakshistorische verzameling Reemstra en de privé verzameling van G. Jansen werden bezichtigd.

 

 

 

 

Doppelkonische Fersenpfeife mit der Marke "Reichsapfel" und Lilien auf dem Stiel, Gouda 1. Hälfte 17. Jahrhundert

 

No. 9/1997, p. 4-44
Rüdiger Articus: Hoe de kleipijpen op de Lüneburger Heide kwamen

Schriftelijke bronnen documenteren het roken uit kleipijpen in Harburg kort voor 1600. Rond 1630 was het roken ook overal in de omliggende gebieden verbreid. Onderzoek naar een groot aantal kleipijpen vondsten laat zien dat de rokers in Hamburg en in de steden van de Lüneburger Heide sinds het einde van de 17de eeuw constant de beschikking hadden over kleipijpen uit de Nederlanden. Daarentegen komen de in kleinere plaatsen en in het landelijk gebied gerookte kleipijpen uit Duitse productiecentra die in Niedersachsen en in Nordhessen gelegen zijn. De auteur laat enige vroege afzonderlijke pijpen uit de Nederlanden de revue passeren en in het bijzonder enige fragmenten afkomstig uit een onbekende werkplaats met de steeltekst "SAPFENBERG". Voorts laat hij andere kleipijpen met namen van makers zien, zoals Johann Hartmann Iser uit Hildesheim, Johann Henrich Christoph Bosse uit Walbeck en Christian Casselmann uit Groszalmerode, die van 1772-1776 in Hannoversch Münden werkzaam was.


Fersenpfeife mit Rosetten an beiden Seiten des Kopfes, Niederlande Ende 17. Jahrhundert

 

 

     

Ausschnitt: Arbeitssituation in einer Pfeifenfabrik, Baumbach um 1910/20

Ausschnitt: Arbeitssituation in einer Pfeifenfabrik, Baumbach um 1910/20

No. 9/1997, p. 45-58
Martin Kügler: De betekenis van Hamburg als overslagplaats voor kleipijpen uit het Westerwald in de 18de en 19de eeuw

De gedurende de 18de eeuw bloeiende Rijnafwaartse handel van de pijpenmakers uit het Westerwald kwam rond 1800, door de nieuwe, zeer hoge Nederlandse import- en transitietarieven, in korte tijd volledig tot stilstand. Pas rond 1850 ontstond er weer handel van betekenis met landen in noordelijk Europa en overzee, welke georganiseerd werd door handelsfirma's in Hamburg. Scheepsagenten zoals de gebroeders Thomae werkten voor de exportfirmas's en voor de pijpenmakers in het Westerwald. Deze handel is in detail gedocumenteerd in de brieven en opdrachten van de handelsvertegenwoordiging Gebr. Thomae aan de pijpenfabriek Wilhelm Klauer in Baumbach. Tegelijkertijd vervulden de agenten de taak om de markt in de gaten te houden en gaven zij de pijpenmakers belangrijke aanwijzingen voor de vervaardiging van nieuwe modellen.

Briefkopf der Tonpfeifenfabrik Wilhelm Klauer Söhne in Baumbach, um 1900

Vollbild des Briefkopfes

 

 

 

 

Arbeitszeugnis der Tonpfeifenmanufaktur in Rostin

Vergrößerung

No. 9/1997, p. 59-68
Teresa Witkowska: De Pruisische kleipijpenfabrieken Rostin en Sborovsky in het huidige Polen. Een bericht over het archeologisch onderzoek

Rond 1750 hebben handelaren in Rostin en in Sborovsky pijpenfabrieken opgericht. Op grond van aanwijzingen in de archieven konden in 1998/90 bij opgravingen omvangrijke vondsten worden gedaan. Bovendien is in Sborovsky nog een van de vier gebouwen van de pijpenfabriek bewaard gebleven. De opgravingen in Rostin werden door het regionale museum in Gorzów Wlkp./Landsberg uitgevoerd. De resultaten van de opgraving in Sborovsky,welke door het Scheepvaartmuseum in Gdansk/Danzig gedaan zijn, zijn tot nu toe nog niet gepubliceerd. Daarom is slechts beperkte basisinformatie beschikbaar. De kleipijpen laten voor beide productie plaatsen zien dat de Hollandse modellen in hoge mate als voorbeeld dienden en werden overgenomen, maar er werden ook enige eigen modellen ontwikkeld. Dit betreft niet alleen de kopvorm maar vooral de cijfermerken, die zowel van fabriek tot fabriek als ook binnen de productieplaatsen verschillen. De steelteksten noemen steeds de juiste productieplaats.


 

 

No. 9/1997, p. 68-72
Holger Haettich: Marek Parol - een nieuwe Poolse pijpenmaker

Sinds vier jaar produceert M. Parol in Przemysl/Oost-Polen als nevenarbeid kleipijpen. Hij gebruikt alleen roodbakkende klei en maakt ca. 50 verschillende modellen. Enkele daarvan komen overeen met kleipijpen van de bekende Gambier fabriek in Givet/Frankrijk. Daarenboven maakt M. Parol ook zelf vormgegeven en in gipsvormen vastgelegde pijpenkoppen, waaronder een serie pijpen met portretten van belangrijke historische personen.

Porträtpfeifenköpfe von Napolen Bonaparte, Kaiser Franz Joseph und Richard Wagner

 

No. 9/1997, p. 73-85
Nina Surabian/Martin Kúgler: Kleipijpen uit de 17de en 18de eeuw uit St. Petersburg

Het in 1634 uitgevaardigde rookverbod bleef tot in de regeringsperiode van Tsaar Peter I en de fase van de systematische aanpassing aan Europa van Rusland van kracht. Daarom zijn vondsten van kleipijpen uit de 17de eeuw zeer zeldzaam en alleen aanwezig op plaatsen waar buitenlanders verbleven. Vanaf 1718 zijn regelmatige leveranties van kleipijpen aan Rusland uit de Nederlanden vastgelegd. Onder leiding van een Nederlandse pijpenmaker werden in 1724 de eerste Russische kleipijpen in de pijpen en tegelfabriek van Moskou vervaardigd. In St. Petersburg begon de productie in 1744 en kan de productie tot 1849 worden aangetoond. De getoonde voorbeelden van Russische kleipijpen tonen sterke overeenkomsten met de uit Nederland geïmporteerde producten.

 

Home
KnasterKOPF
Werkgroep
Sitemap
Search (in English)
Contact
Impressum

Letzte Aktualisierung: 10.07.2005